Tussen aardappels en aardolie is een roman over hardwerkende polderboeren, familiegeheimen en de bijzondere band met de natuur in de Noordoostpolder, eind jaren '80, waar pioniersfamilies door grondprijzen en mechanisering worden opgejaagd. 

 

Tussen aardappels en aardolie

 

Hoofdpersoon Nina de Vester keert na een periode van reizen en onrust terug naar haar geboortepolder. Daar trouwt ze met Raas, een gepassioneerde polderboer maar na de geboorte van hun kinderen krijgt ze klachten. Bij de onvermijdelijke zoektocht in haar verleden blijkt haar jeugd in het drukke, katholieke ondernemersgezin een aaneenschakeling te zijn van onveilige gebeurtenissen, misbruik en pesterijen. Onbegrip en ontkenning bepalen haar leven. En opnieuw vragen de familiezaak en de opvolging alle aandacht. Voor haar gezin moet Nina de confrontatie aan met schaamte en verdringing en met dwingende familierelaties en katholieke tradities. Maar dan vindt ze in het leven op de boerderij - de passie van Raas - en in de opvoeding van haar kinderen onverwacht verlichting en nieuwe kracht. Bij haar worteling in de stugge poldergrond ontstaat een inspirerende band met de natuur. Als de ontkenning door familie een hoogtepunt bereikt, komt Nina tot een overrompelende ontdekking. 

 

Tussen aardappels en aardolie verhaalt over liefde en overleving in een starre poldercultuur. Een roman over schaamte, loutering en liefde tegen de verdrukking in. Een strijd die dwingt tot een andere kijk op het landleven.


Download
Leesclubvragen Tussen aardappels en aardolie
Leesclubvragen.pdf
Adobe Acrobat document 323.5 KB

Ine van Staveren is moeder van twee kinderen en heeft jarenlang op een boerderij gewoond en gewerkt. Ze zet zich sinds die tijd in voor een duurzame landbouw, een groene leefomgeving en een waarheidsgetrouwe vrouwengeschiedenis. Na een gedegen schrijfopleiding, intensief onderzoek van algemene familie- en streekhistorie en studie aan de Academie Pansophia heeft ze deze roman geschreven.

 

Foto: Johan Knoppert Fotografie


Te bestellen bij iedere boekhandel en op www.bol.com

Uitgave Paperback

272 pag., 13,5 x 21,5 cm

ISBN 978-90-822722-0-8

NUR 301

Distributie: Uitgeverij Jan van Arkel

 


Fragment Al sinds de lentedagen volgde ze de groei van de tarwe. Geleidelijk veranderde het eerste frisse groen van de doorgewinterde tarwesprieten in een blauwgrijze zee van aren die vervolgens rijpte tot goudgele halmen. Boven de graanakker kwinkeleerden de veldleeuweriken. Hun uitbundige en hemelse zang begeleidde de wasdom.

      Het woelde in haar binnenste door de therapie, als ze met Iris en Lars over het landpad wandelde naar het veld waar Raas wiedde. Maar dankbaar voor zijn steun ging ze mee in zijn werk, in het ritme van zaaien en verzorging van het gewas. Hij had deze warme zomer al genoeg zorg bij het weerbericht en door de plantenziektes en de insectenplagen.

      Voor dag en dauw nevelde hij met zijn spuittractor een beschermingsmiddel over het tarweperceel en op windstille avonden sproeide hij de aardappelruggen. De spitse bladeren van de aardappelplanten groeiden gelijkmatig in elkaar tot een dicht, groen veld. Wekenlang wiedde hij het onkruid. Na het uienperceel stak hij over naar het veld met de suikerbieten. Zijn bruinverbrande rug glansde van het zweet terwijl hij tussen de rijen liep en onder de wortels van melde, distels en hoefblad hakte tot het wiedpad vol bleke, dorre planten lag.

      Hij ging helemaal op in zijn werk. Ze hoefde alleen zijn tempo bij te houden. Zorgen dat zijn eten op tijd op tafel stond, dat ze zijn boodschappen deed, zoals onderdelen ophalen bij de smid, en dat ze zijn ongeduld verdroeg als zijn werkdag niet vlekkeloos verliep.

      Soms struinde ze bij haar wandelingen met Iris en Lars door de rijpende tarwe. Dan schuurden de stugge graanstengels langs haar blote benen. Als Lars op zijn klompjes over de harde kleikluiten struikelde, tilde ze hem op, schudde het stof van zijn tuinbroek en zette hem tussen de halmen. Zijn blonde haar stak net boven de aren uit. Hij groeide hard deze zomer, net als Iris, die zich graag verstopte in het veld door weg te kruipen in de spuitsporen en korte tijd later weer opdook met een bosje lila klaver en geurige kamillebloemen.

      Nina kon niet kiezen wat haar het meest bekoorde aan het tarweveld. Het vrolijke spel van de kinderen in het warme zonlicht, de rosse weerschijn van de ondergaande zon over de aren of de dauw die het veld met een deken van matte glinstering toedekte. Op zo’n graanakker maaiden vrouwen ooit het koren met sikkels. In het ritme van gezang of drum, zo stelde Nina zich hun wekenlange, gezamenlijke arbeid voor.

      Het veld leefde alsof het er altijd geweest was en Nina luisterde naar de stem, naar het ritselen en ruisen van het graan in de wind en naar de zang van de veldleeuweriken in hun steile, verticale vlucht boven het veld.

      Op een dag stegen hun hoge, ijle tonen op tot ver in de warme augustuslucht die als een waas boven het polderland hing.

      De tarwearen bogen onder hun gouden graanvracht.